juli 2021-2.png

Beste leden,

Eind februari….voor velen het einde van het klein wild jachtseizoen. Tijd voor een evaluatie van het klein wild.

Succesvol of niet, er zijn zeker herinneringen geboren die voor de rest van ons leven bijblijven. Dit ook is jacht. Samen momenten beleven die ons doen beseffen waarom wij jagen. We weten allen dat het wildbestand niet meer is wat het vroeger was. Afhankelijk van de streek in Vlaanderen en biotoop zien we, als jager het bestand door menige oorzaken zienderogen achteruit gaan. Moet het zijn als vroeger? Moeten we meer oogsten uit de natuur dan nodig is? Dit is een vraag die de weidelijke jager zelf dient te beantwoorden. Ondanks de berichtgeving dat de natuur zichzelf reguleert merken we op dat de natuur in ons Belgenland toch een helpend handje kan gebruiken. Straffer nog…we zien de positieve effecten van een verantwoordelijk biotoopbeheer en een verantwoordelijk afschot, wat wil zeggen op de juiste momenten het vingertje stijf houden. Voor het verantwoordelijk biotoopbeheer vinden we op het internet tips genoeg. Belangrijk hier is in overleg te gaan met de grondeigenaar of grondgebruiker. Want na het jachtseizoen begint het harde werk.

In overleg met de landbouwers kunnen er wildakkers aangelegd worden op de stukken die voor de landbouwer geen of weinig opbrengst genieten omwille van te nat of te moeilijk bereikbaar. Deze wildakkers bieden zowel voeding als dekking voor alle soorten, niet enkel voor de bejaagbare. Haagkanten worden aangeplant tussen de velden en onderhouden zodat ook hier de landbouwer geen verliezen lijdt. Het haas vindt hier de perfecte dekking na zijn trip door het open veld. De bossen dienen dan weer regelmatig geruimd te worden van wildgroei zodat er voldoende licht door kan voor de dekkende braamstruiken. Verder kunnen er voeder- en drinkwaterplaatsen en stofbaden voorzien worden. Perfect voor de eenden is het plaatsen van eendenkorven op de waterplassen zodat deze tijdens de broed beschermd zijn tegen predatie.

En inderdaad….Predatiecontrole.

Kraaiachtigen, vossen, marterachtigen, verwilderde katten, roofvogels. Voor de bejaagbare kan een reductie teweeg gebracht worden door bestrijding, jong jagers genoeg die hierbij hun eerste ervaringen in de jachtwereld kunnen volbrengen, voor de overige predatoren is het een noodzaak om voldoende dekking te voorzien.

Na het einde van het klein wild jachtseizoen is er dus werk genoeg in het jachtrevier, maar met geduld, verantwoordelijkheid, inspanning en aanwezigheid in het jachtrevier kan een kleine jager het klein wild zien evolueren.

Met weidelijke groet, 

Geert Mertens

jllc klein (5).jpg