‘Niet-productieve investeringssteun‘



De laatste maand werd me duidelijk dat de zoektocht naar hoe ik in het leven wil staan, niet ten koste mag gaan van de aandacht aan de koeien. Ook zij zijn mijn passie. Altijd geweest. Het is niet omdat je op een gegeven moment op een leeftijd komt dat je de balans opmaakt, dat je moet verdrinken in de zoektocht. En dus heb ik begin december besloten dat het vrij eenvoudig is.

Pakweg de eerste 20 jaar van mijn leven zat ik in bossen en velden, ving ik kikkers en salamanders, besloop ik fazanten en ging ik op zoek naar alles dat bloeide en groeide in de bossen en de velden. De laatste 20 jaar ben ik helemaal opgegaan in mijn passie voor de koeien. Alles wat ik over melkvee tegenkwam werd bestudeerd. Ieder markant veehouder werd uitgehoord, mengen werden gevormd en grenzen werden verlegd. Als burgerjongen opgegroeid, als boer geboren. Als boer met een jagershart geboren. Dat is gewoon wie ik ben. En dus gaan we de volgende 40 jaar verder als jagende boer of boerende jager, gewoon zoals mezelf. Een nieuw inzicht, dezelfde weg, maar dankzij het nieuwe inzicht ook nieuwe kansen!

En zo kwamen plots de ‘Niet-productieve investeringssteun’ of kortweg ‘NPI’ op mijn pad. Ze waren er al eventjes, maar ik had ze nog niet opgemerkt. Het komt er eigenlijk op neer dat een voltijdse boer subsidies kan krijgen voor investeringen die niets of quasi niets opbrengen, maar wel goed zijn voor de omgeving. Het gaat van nestkastjes en insectenhotels, tot geld voor bomen en struiken, poelen, anti-erosiemaatregelen,… Ik vergeet er vast een hoop.

Als boer moet je eerst een aanvraag doen. Als de subsidie wordt toegekend, dan mag je kopen. Je moet het geld wel voorschieten, maar binnen het jaar wordt de subsidie terugbetaald!

Ik dacht meteen aan een wildredder! Een jagende boer of een boerende jager zonder wildredder aan de maaibalk, dat kan toch niet? Vroeger waren wildredders een ramp. Alle begrip dat geen enkele boer die dingen wilde gebruiken. Het gewicht, de kettingen, de hefboom die het vormt,… Het was onhandiger manoeuvreren en een extra belasting van de maaiers en dus ook extra slijtage. Ik had ook gelezen over sensoren die op basis van warmte het wild zouden kunnen detecteren, maar ook een steen die in de zon gelegen had en zelfs bomen werden voor levende dieren aanzien. Ook deze moderne versie is het dus niet geworden.

Nu is er een wildredder van ‘wildredder’. Het apparaat zendt een hoog geluid (120 dB 2100-Hz-dubbele toon) uit in pulsen. Een echt snertgeluid lijkt me. Het zorgt er wel voor dat de meeste dieren vluchten. In Nederland en Duitsland blijkt uit de praktijk dat er 60% minder maaislachtoffers zijn. Nog een groot voordeel is dat de kans dus ook 60% kleiner is dat gedode dieren in het voedsel van de koeien terecht komen. De gevolgen van een rottend dier koeienvoedsel kan desastreuze gevolgen hebben.

De wildredder is ook heel eenvoudig in gebruik en kan op alle mogelijke machines geplaatst worden. Het mooiste van het hele verhaal: ze zijn voor €80 te krijgen! Dus eigenlijk zelfs niet eens de moeite om subsidies aan te vragen!

Maar, omdat de oude weg die nog steeds hetzelfde loopt alleen heeft die wat meer kleur heeft gekregen, heb ik toch maar een aanvraag ingediend. Nestkastje (want mezen eten processierupsen en keelhorzels) een insectenhotel (want vooral de populatie aan insecten krimpt) en natuurlijk de wildredder heb ik erbij gestopt. Als de subsidie is uitbetaald, vragen we gewoon weer nieuwe dingen aan. Misschien een houtwal, of wat bomen? Wie weet,… ik wandel verder,…


Thomas Linssen

Jagende boer en gedreven lid van Jagersliga Team-L


Meer informatie over de NPI is al vast te vinden via


252 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Barbaars?