L’animal et la mort




Het tijdschrift “Connaissance de la Chasse” nomineert jaarlijks (dit jaar al voor de 13° keer) auteurs die een bijdrage leveren om het leven met, in en van de natuur beter te kunnen bevatten. De Franse antropoloog Charles Stépanoff werd dit jaar genomineerd voor zijn etnologisch essay “L’animal et la mort - Chasses, modernité et crises du sauvage”.

In onze maatschappij worden dieren op twee totaal verschillende manieren behandeld. Ofwel worden ze beschouwd als handelswaar en er het maximale rendement uit halen is de norm ofwel worden ze gekoesterd. Hoe kan men deze dualiteit begrijpen? Volgens Stépanoff biedt de jacht hiervoor een unieke mogelijkheid.


Daarom trok hij, letterlijk en figuurlijk, 'de boer op'. Om te kijken en te praten met vallenzetters, stropers, jagers, valkeniers, jachtpartners, dierenactivisten, de deelnemers aan 'la chasse à courre' ( de lange jacht ) enz. Hij stelde vragen, luisterde en was verbaasd over de openheid waarmee hij werd ontvangen en was verrast over hun kennis.

Waarover gingen die gesprekken zoal? Uiteraard over hun stokpaardje, de achteruitgang van de biodiversiteit. Eén van de oorzaken is algemeen gekend, namelijk het verdwijnen van de kleine landschapselementen zoals hagen en houtwallen. Er wordt hard aan gewerkt om die opnieuw in ere te herstellen.

En wat die achteruitgang betreft: het aantal vliegende insecten is sinds de jaren negentig van verleden eeuw met ongeveer 75 % afgenomen. Maar de belangstelling van media en politici gaat meer uit naar de opkomst van grote zoogdieren zoals wolf, lynx of beer. De afname van het aantal insecten en van de kleine alledaagse fauna van het platteland laat de publieke opinie meestal koud.






Wat de jagers en jachtpartners ( drijvers, jachtwachters, hoornblazers ) aangaat merkt hij een duidelijk verschil tussen de 'plattelands' en 'commerciële' jager. De eerste groep is ervan overtuigd dat om echt te jagen, men bij 'de grond' moet horen. Er namelijk dagelijks bij betrokken zijn. Het bij de grond horen is volgens hen duidelijk verschillend van het bezitten van de grond. Met de 'commerciële' jager bedoelen ze de jacht op omheinde privédomeinen. Daar gaat het, in hun opinie, niet meer over de jacht maar wel over het geld. Er wordt fijntjes opgemerkt dat het meestal die jagers zijn die niet zelf het wild kunnen ontweiden.


Interessant is ook de gedachtewisseling met zowel deelnemers als tegenstanders van ” la Chasse à courre”. Beiden hebben veel meer gemeenschappelijk dan ze denken, zoals hun eerbied voor het bos en hun bewondering voor de in dit bos levende grote zoogdieren. De tegenstanders halen vaak als argument aan dat deze vorm van jagen, gezien de Middeleeuwse oorsprong, niet meer aangepast is aan de morele eisen van onze samenleving. Maar de voorstanders beweren dan weer dat net deze band met het verleden het belangrijkste is. Dit zijn uiteraard slechts enkele voorbeelden. Indien je meer wil weten over het patrijzenbestand in Frankrijk of over de doop van een jager na het strekken van zijn eerste everzwijn of over wolven en raven of over jagers en hun honden of over vrouwen die jagen: lees dan het boek. Alle verhalen zijn zeer herkenbaar maar soms ook confronterend.


Hoe dan ook, Charles Stépanoff brengt in zijn werk een zeer genuanceerd beeld van het jachtbedrijf naar voor. Hij analyseert het vaak zeer complexe verband tussen mensen, dieren, leven en dood. Via deze gesprekken, zijn kennis van de filosofie en de etnologie van de door hem bestudeerde jagersvolkeren (o.a. de Touvas in Siberië), trekt hij een aantal conclusies.

Volgens hem willen jagers de natuur noch uitbuiten noch beschermen maar beschouwen het als een plaats om in te leven en om van te leven. Hij brengt het concept naar voor van, wat hij noemt de “prédateur empathique” (de empathische predator). Want jagen is immers sterk gereglementeerd. Zo mogen jonge of zogende dieren nooit bejaagd worden, is de jacht slechts toegelaten binnen een bepaald tijdsverloop en in bepaalde gebieden mag er zelfs niet gejaagd worden. Men tracht ook het lijden van het dier zoveel mogelijk te beperken. De jager vertoont dus een duidelijke empathie met de dieren. Dit in tegenstelling met de andere grote predatoren zoals beren en wolven.

C. Stépanoff brengt ook naar voor dat dieren beschermen, ze bejagen en er mededogen mee hebben, slechts schijnbare tegenstrijdigheden zijn. Men kan voor of tegen de jacht zijn, maar men mag er pas over discussiëren als men dit boek gelezen heeft.


Vik Rubberecht.

Jagersliga

74 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven