Duitse Staande Langhaar (deel 2).



In de nieuwsbrief van februari gaven wij u een korte introductie over De Duitse Staande langhaar.

Vervolg : De Staande Langhaar – De Rasvoorstelling

Binnen de rasstandaard zijn er verschillende vachtkleuren : bruin, bruin met borstvlek, bont,

donkerschimmel en (op z’n Duits) Hellschimmel (wit, doorspekt met bruine haren, en een

bruine kop). Je kiest een Langhaar voor zijn specifieke fysionomie: de hond beweegt gracieus.

Ook voor zijn intrinsieke jachtkwaliteiten, z’n zachtaardig, vrolijk en volhardend karakter, zijn

werklust en zijn goeie balans tussen dynamiek en rust. De hond is sportief, energiek maar kan ook

heel kalm zijn. De Langhaar zal, wie deze kwaliteiten apprecieert, niet ontgoochelen.

(Afbeelding van de verschillende vachtkleuren)


Onder de Langharen is er enig verschil aan te tonen tussen de Duitse en de Nederlandse lijnen.

Beide hebben dezelfde rasstandaard, toch zijn er verschillen. De honden met Nederlandse lijnen zijn

slank, ze zijn meer gespecialiseerd in het veldwerk (in wedstrijdvorm, dus). De laatste 30 jaar zijn ze

ook kleiner en sneller geworden.

De Duitse lijnen zijn iets robuuster en echt polyvalent inzetbaar. Die honden zijn wat langzamer in

het veld dan één van de Nederlandse lijn, ook langzamer dan de Duitse Staande Korthaar of de

Viszla. Langzamer zijn in de loop in het veld, is wellicht een pluspunt in de praktische

jacht.

Onze eerste Langhaar heet Onno. Hij heeft Nederlandse lijnen in zich. De tweede Langhaar, een teefje, komt uit Duitse lijnen voort. Ze is donkerbruin, ze wordt vier en is een lieverd van 30 kg zwaar, een goeie werkster en ze heet voluit ‘ Rêve Van ’t Graafsbos’.

Rêve gaf in haar eerste levensjaar echt al het gevoel dat haar voorjager de controle heeft over

haar acties in het veld. Doordat ze iets minder snelheid neemt, reviert ze iets minder breed, en dan

kan de voorjager de acties in de track beter volgen. Een hond voorjagen is een teamsport. De hond

werkt zelfstandig, maar als het nodig is om in te grijpen, dan moet je haar snel onder appèl krijgen.

Zoals bij een sportteam leidt training naar de beste samenwerking. Een paar voorbeelden: je wil je

hond een andere kant opsturen als hij plots buiten het jachtperceel loopt. Of, je wil

hem terugfluiten om het hetsen te voorkomen. Of nog, je wil de hond doen zitten via de stopfluit

omdat jouw hond de rijbaan niet zou dwarsen. Een andere keer wil je eerst een ziek

stuk wild laten ophalen, vooraleer een ander stuk wordt gebracht… noem maar op. Kortom de

samenwerking verloopt een stuk gemakkelijker en even efficiënt, gewoon doordat het tempo

volgbaar blijft. De hond heeft er ook baat bij, hij neemt de tijd om zijn lange neus uit te werken en

het vederwild rustig vast te zetten. Geen zorgen, echt traag is die nu ook niet.

In de puppyklas werd er geleerd om de aandacht van je pup te vragen, Rêve had als pup al veel

aandacht voor het baasje en ze had de ‘will to please’. Zij volgde eerst ‘gehoorzaamheid’ in de

hondenschool, ze was één jaar toen ze het brevet met succes aflegde. Gehoorzaamheid aanleren in

een gewone hondenschool, blijkt een goeie basis voor jachthondenpups, maar het is wel heel

belangrijk dat je het apport goed aanleert. Jachthonden leren dat best aan met ‘lage drift’, zodat

ze later niet hard in de bek worden. Belangrijk is, dat je hem daarnaast ook ‘de zelfstandigheid van de

hond in het veld’ gewoon maakt. Best start je, na de klassieke gehoorzaamheid, de

jachthondtrainingen in groep. Rêve was toen acht maand. Het trainen met jachthonden wordt een

fijne hobby! Bij jachthondenproeven behaalde Rêve een A-diploma toen ze vijftien maand was!

Veel zelfstandigheid en vertrouwen geven, dat is belangrijk. Rêve, nu drieëneenhalf, weet echt

wat van haar verlangd wordt.



Op een jachtdag in september, vielen er tegelijkertijd twee eenden: één aan de overkant van een

dertig meter breed kanaal, en een andere verderop in het water aan de overkant. Rêve werd

'over' water gestuurd, maar toen de eend in het water nog met de vleugel sloeg, bracht het

fluitsignaal haar tot stilstand. Ze werd onderbroken net nadat ze uit de oever aan de overkant klom.

Ze keek haar baasje aan. De zieke eend diende eerst uit het water opgehaald. Nadat ze die netjes

binnenbracht, tot grote fierheid van het baasje, apporteerde ze feilloos de tweede eend.

Thuis is ze ook gewoon een gezellige familiehond. Een Langhaar is veelzijdig, alles in één.

Een voorjager die een pup in huis haalt, heeft een bepaalde verwachting van zijn/haar opgroeiende

hond. Hij/Zij hoopt vooral op een ware jachtcompagnon in wording. De raskeuze is één zaak, maar

een consequente opleiding en herhaaldelijke trainingen zijn nodig om aan de verwachting te kunnen

voldoen. Je ziet potentieel in je pup. Het potentieel zit hem in de genen, maar de training is

nodig voor de ontplooiing van het potentieel

Dat er van nature al zoveel inzit, dat hebben we te danken aan de mensen die het ras in de vorige

eeuw ontwikkelden en de doorgedreven selectie door de fokkers in de jaren die volgden. De

eigenschappen van Rêve Van ’t Graafsbos, betekenen een meerwaarde voor de Langharen van de

toekomst. Daarom zocht ik voor haar een goeie dekreu. Oscar, een lieve hond, een donkerbruine goed gebouwde Langhaar. Qua genetica kan je zeggen dat z’n moeder een Duitse lijn heeft en z’n vader een Nederlandse. De dekreu Oscar is niet veel groter dan de teef Rêve. beter een niet al te grote dekreu, daarmee voorkom je dat de pups “maxi-formaat” worden. Als blijft lopen volgens plan, dan zullen er tegen de tijd dat u dit artikel leest een nestje Langhaarpups bij ons thuis het daglicht zien!




In onze Westhoek, zijn er momenteel nog niet zo veel Duitse Staande Langharen. West-

Vlaanderen is wellicht de laatste Vlaamse provincie waar de DSL ingeburgerd geraakt. Wel wint de

Duitse Staande Langhaar aan populariteit in Vlaanderen. Dit ras zal hier ongetwijfeld nog veel

harten veroveren!

Instagram : @joostnotebaert ; mailto : joostnotebaert@gmail.com


136 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Barbaars?